Ontwikkelingen

In 2016 stond de vernieuwing van ons toezicht centraal. We rondden de pilots af, we stelden het nieuwe onderzoekskader vast, de politiek gaf groen licht en we startten de implementatie. Het nieuwe toezicht gaat in per 1 augustus 2017. Het heeft betrekking op het funderend onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, niet op het hoger onderwijs. Ons werk ging intussen gewoon door. We hielden toezicht op circa 8.000 scholen en instellingen. We voerden circa 2.950 onderzoeken/bezoeken uit en brachten de Staat van het Onderwijs uit.

In 2016 had onze hoofdboodschap in de Staat van het Onderwijs over kansenongelijkheid grote impact.

Ter inleiding

Jaarlijks publiceert de inspectie de Staat van het Onderwijs (het Onderwijsverslag) met de belangrijkste ontwikkelingen in het onderwijs. Het jaarverslag dat voor u ligt, gaat over de inspectie als organisatie: wat hebben we ondernomen en bereikt? In het jaarverslag benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen en resultaten van het afgelopen jaar. Meer informatie over ons toezicht en over onze taken en bevoegdheden vindt u op onze website: www.onderwijsinspectie.nl.

In 2016 had onze hoofdboodschap in de Staat van het Onderwijs over kansenongelijkheid grote impact. Er kwam een maatschappelijk debat over dit thema op gang, breder dan alleen in het onderwijs. Ook in de politiek kreeg de kansenongelijkheid veel aandacht. In de verkiezingsprogramma’s voor de Kamerverkiezingen in maart 2017 was kansenongelijkheid een van de centrale thema’s van een flink aantal politieke partijen. Aan de gesprekken over kansenongelijkheid hebben wij een intensieve bijdrage geleverd. Op tal van plaatsen en op tal van manieren hebben wij gesprekken geëntameerd en zijn we de dialoog aangegaan.

2016 was ook het jaar waarin we de pilots met het vernieuwde toezicht hebben afgerond. Op 1 augustus 2017 starten we officieel met het vernieuwde toezicht. Uit de evaluatie van de afgeronde pilots is een overwegend positief beeld naar voren gekomen. Het overgrote deel van het onderwijsveld waardeert de vernieuwingen in het toezicht en ziet het vernieuwde toezicht als een verbetering. Het onderwijsveld is niet alleen via de pilots bij de vernieuwing van het toezicht betrokken. Dit gebeurde ook door middel van internetconsultaties, veldconsultaties en in het formele overleg met het georganiseerde onderwijsveld.

In de tweede helft van 2016 begonnen we in een aantal tranches te werken met het nieuwe onderzoekskader. Dit doen we bij een aantal instellingen en scholen. Ook is in 2016 veel aandacht besteed aan training van onze inspecteurs en medewerkers, zodat zij op 1 augustus 2017 voldoende zijn toegerust om aan de slag te kunnen met het vernieuwde toezicht.

In september 2016 kregen we groen licht van de politiek om de invoering van het vernieuwde toezicht door te zetten. In het voorjaar van 2017 informeren we de Kamer (via de minister en staatssecretaris van OCW) over de voortgang. Het onderwijsveld hebben we in 2016 uiteraard ook steeds op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen omtrent de vernieuwing van het toezicht. Voor de instellingen die deelnamen aan de tranches, waarin we alvast gingen werken met het nieuwe onderzoekskader, hebben we voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast hebben we via verschillende kanalen gecommuniceerd met besturen en scholen, onder meer met nieuwsbrieven.

In 2016 hebben we ook de organisatie vernieuwd. We hebben het sturingsmodel vereenvoudigd, met het oogmerk om de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie te beleggen. Ook is de reorganisatie van de staf gestart, resulterend in de directie beleidsondersteuning en organisatie (DBO) per 1 juli 2017. Flexibiliteit, versterking van beleidsondersteuning en projectmanagement en optimaal bijdragen aan de effectiviteit van het toezicht zijn leidend. Met dit alles willen we onze kwaliteitszorg verder versterken en verbeteren.

We willen als organisatie midden in de samenleving staan en steeds meer in dialoog zijn met het onderwijsveld en andere betrokkenen. Niet alleen via onderzoeken en rapporten, maar ook door middel van bijvoorbeeld congressen, seminars en panels. Onze inspecteurs en andere medewerkers treden daarnaast steeds vaker naar buiten met blogs en via social media.

Vernieuwingen in het instellingstoezicht

Het vernieuwde toezicht in het funderend onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is gebaseerd op twee belangrijke pijlers: waarborgen en stimuleren. We blijven er onverminderd op toezien dat leerlingen en studenten onderwijs van voldoende kwaliteit ontvangen. Als er risico’s zijn, dan voeren we een onderzoek uit. We zien toe op de naleving van wet- en regelgeving en treden waar nodig handhavend op. In een aantal gevallen kunnen we namens de minister sanctiebesluiten nemen. Daarnaast stimuleren we besturen, scholen en opleidingen te werken aan verbetering van hun onderwijs. We sluiten waar mogelijk aan op de ambities die de besturen, scholen en opleidingen zelf hebben.

Het toezicht begint bij de besturen. Elk bestuur bezoeken we één keer in de vier jaar. We voeren dan verificatieonderzoek uit bij een aantal van de scholen of opleidingen die onder een bestuur vallen, en onderzoeken uiteraard ook de scholen waar we risico’s zien. Besturen of scholen kunnen ons ook vragen te onderzoeken of een school de waardering ‘goed’ kan krijgen.

Natuurlijk doen we ook tussentijds onderzoek bij scholen waar we risico’s zien. We maken elk jaar een risicoanalyse van alle besturen en scholen. Op basis daarvan kunnen we besluiten niet te wachten op het vierjaarlijkse onderzoek.

De politiek heeft groen licht gegeven voor het vernieuwde toezicht. Wel wilde men dat de inspectie op elke school in het funderend onderwijs minimaal eenmaal in de vier jaar langskomt. Daarvoor krijgt de inspectie extra middelen.

Vernieuwingen in het stelseltoezicht

Bij de vernieuwing van ons stelseltoezicht streven we naar een betere stelselmonitoring, een nieuwe programmering van de thematische activiteiten en nieuwe manieren om met deze activiteiten meer effect te bereiken. We hebben in 2016 verder gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe manieren om met thematische rapporten en stelselrapporten meer effect te bereiken. We gaan actief op zoek naar oplossingen voor (schooloverstijgende) problemen in het onderwijs. We nemen deel aan debatten, organiseren rondetafelbijeenkomsten en discussiëren actief mee over thema’s die ons bezighouden. Een voorbeeld is de drukbezochte werkconferentie “Recht van spreken” die we in november 2016 organiseerden over het belang van opleidingscommissies in het hoger onderwijs.