Dialoog

Feedback van scholen en instellingen, besturen en samenwerkingsverbanden vinden we  belangrijk. Dat geldt ook voor draagvlak voor ons toezicht. Daarom voeren we tevredenheidsonderzoek uit en hebben we het onderwijs nauw betrokken bij de vernieuwing van ons toezicht, via het overleg met het georganiseerde onderwijsveld en ook veldraadplegingen en internetconsultaties. Via het Loket Onderwijsinspectie zijn we bereikbaar voor vragen en signalen. We besteden veel aandacht aan digitale communicatie en persoonlijk contact via onder meer de social media. We werken actief samen met andere inspecties in binnen- en buitenland en met de wetenschap in academische werkplaatsen.

Waardering van bezoeken

De inspectie vindt feedback van scholen en instellingen, besturen en samenwerkingsverbanden belangrijk. Daarom voeren we tevredenheidsonderzoek uit. De scholen en instellingen die we hebben bezocht, kunnen in een vragenlijst aangeven wat ze goed en minder goed vonden aan het bezoek van de inspectie. De resultaten over het schooljaar 2014/2015 publiceerden we in september 2016. Net als andere jaren zijn scholen en instellingen (zeer) tevreden over het inspectiebezoek. Scholen en instellingen in de verschillende sectoren en de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs geven de inspectie gemiddeld een 7,2 tot een 7,9. Ook besturen zijn in het algemeen tevreden. Zij geven het bestuursgesprek een 7,9.

De scholen en instellingen oordelen wisselend over de meerwaarde van het onderzoek en de tijdsinvestering. Scholen weten vaak al wat er goed is of minder goed op hun school. Ze horen dan geen of weinig nieuws van de inspectie. Wij vinden dat op zichzelf positief: het is belangrijk dat scholen zelf weten waar het beter kan of moet. We blijven echter wel kijken hoe onze bezoeken een grotere meerwaarde kunnen krijgen voor besturen en scholen.

In het schooljaar 2015/2016 vond de tweede ronde van de pilots met het vernieuwde toezicht plaats. De resultaten van het tevredenheidsonderzoek onder de deelnemende besturen, instellingen en scholen hebben we in juni 2016 gepubliceerd. Dit gebeurde in het rapport Naar vernieuwd toezicht. Afsluitende rapportage pilots en raadplegingen stimulerend en gedifferentieerd toezicht. Besturen, scholen en instellingen waarderen de uitgangspunten van het vernieuwde toezicht. Men waardeert ook dat we de besturen en hun scholen en opleidingen als uitgangspunt nemen bij het beoordelen van de onderwijskwaliteit. Bijna 80 procent van de besturen en van de scholen en instellingen vindt het vernieuwde toezicht een verbetering, 16 procent vindt het geen verbetering, maar ook geen verslechtering. De feedback leidde tot aanpassingen in ons onderzoekskader, zoals de verdere verscherping van het onderscheid tussen stimuleren en waarderen. Ook de toezichtlast blijft een aandachtspunt. We blijven deze monitoren.

Digitale communicatie en persoonlijk contact

In mei 2016 hebben we een nieuwe versie van het Internet Schooldossier (ISD) in gebruik genomen. Met het nieuwe ISD kunnen scholen en besturen eenvoudiger gegevens met de inspectie uitwisselen. Scholen en besturen hebben zelf een rol in het beheer, zodat zij niet langer van de inspectie afhankelijk zijn. Verschillende andere betrokkenen, zoals gemeenten, krijgen toegang, zodat ook zij snel en direct gegevens kunnen uitwisselen met de inspectie.

Persoonlijk contact vinden we belangrijk. Waar mogelijk kiezen we ervoor om ‘in persoon’ kennis te delen en bij te dragen aan wederzijds begrip. Dit doen we bijvoorbeeld tijdens congressen en seminars. Een goed voorbeeld is het congres over de Staat van het Onderwijs in april 2016. Ongeveer achthonderd mensen uit onderwijs, beleid en politiek kwamen daar samen. In, onder meer, tal van workshops spraken we over de verbetering van het onderwijs in Nederland.

De inspectie stimuleert inspecteurs en andere medewerkers om als persoon zichtbaarder en meer benaderbaar te zijn in het debat over onderwijskwaliteit. In 2016 kwamen er steeds meer blogs van inspecteurs en andere medewerkers. De blogs gaan vaak over de dagelijkse praktijk van het toezicht en over de thema’s waar inspecteurs in hun werk tegenaan lopen.

In 2016 hebben wij veel aandacht besteed aan communicatie via social media. We besteden actief aandacht aan webcare en aan een effectieve, gerichte inzet van kanalen. De belangstelling voor onze uitingen groeit. Het aantal volgers van het Twitteraccount @onderwijs­insp groeide in 2016 met 30 procent: van 16.885 naar 22.770. We verstuurden 469 tweets. Het aantal LinkedIn-connecties is in 2016 gegroeid naar ruim 6.000.

Bereikbaar voor vragen en signalen

Het Loket Onderwijsinspectie beantwoordt vragen van scholen, besturen, ouders en andere belangstel­lenden over bijvoorbeeld ons toezicht, onze website of het Internet Schooldossier (ISD). In 2016 hebben we bijna 8.900 e-mails beantwoord. In 2015 waren dat er ongeveer 8.150.

In 74 procent van de gevallen ging het om een vraag. In de andere gevallen ging het bijvoorbeeld om een klacht of een melding over een school.

Het aantal telefoontjes dat het Loket Onderwijsinspectie ontving, nam na een daling naar 10.900 in 2015 weer toe naar 11.125 in 2016. In de meeste gevallen (85 procent) ging het om een vraag. Daarbij was het nieuwe ISD het belangrijkste onderwerp. Dit onderwerp verklaart voor het overgrote deel de stijging van het aantal telefoontjes.

Van de e-mails en telefoontjes komt ongeveer de helft van scholen en ongeveer een derde van ouders. Vragen en opmerkingen van ouders gaan vaak over het beleid van de school van hun kind of kinderen, bijvoorbeeld over besluiten waar ouders het niet mee eens zijn. Ook veiligheid is een onderwerp dat vaak aan de orde komt. Het gaat dan veelal om meldingen over pesten en geweld die bestemd zijn voor de vertrouwensinspecteur.

Top 5 meldingen
OnderwerpAantal meldingen in 2016
1Beleid school700
2Veiligheid630
3Klachtenprocedure350
4Examinering en toetsing340
5Schorsing en verwijdering275

Dit betreft meldingen van ouders, leerlingen en studenten die telefonisch of via e-mail zijn binnengekomen.

Brontabel als csv (165 bytes)

Juridische expertise steeds belangrijker

Juridische expertise is steeds belangrijker in het toezicht: bij de ontwikkeling van het onderzoekskader, bij het overleg en de procedures rond inspectieonderzoeken en ook bij de totstandkoming en openbaarmaking van rapporten. Dit heeft een paar oorzaken. In de eerste plaats hebben we te maken met betrokken burgers, instanties en instellingen die terecht groot belang hechten aan kwalitatief goed onderwijs en aan een goede onderbouwing van inspectieoordelen. Daarnaast laten met name instellingen in het mbo en ho zich in het contact met de inspectie steeds vaker vertegenwoordigen of bijstaan door advocaten. Ten slotte zien we dat de focus van het toezicht nadrukkelijker wordt gelegd bij de naleving van de wettelijke eisen in de onderwijswetten door scholen en instellingen. We doelen hier met name op het initiatiefwetsvoorstel Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht van de Tweede Kamerleden Bisschop (SGP), Van Meenen (D66) en Rog (CDA), dat in maart 2016 door de Eerste Kamer is aangenomen en op 1 juli 2017 in werking treedt.

Klachten en Wob-verzoeken

We hebben in 2016 vier klachten ontvangen over de inspectie. Drie klachten zijn voor advies voorgelegd aan de onafhankelijke klachtadviescommissie. Deze klachten zijn inmiddels afgehandeld conform de adviezen van de klachtadviescommissie. De inspecteur-generaal heeft één klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard, één klacht ongegrond (met dien verstande dat de inspecteur-generaal zich op drie onderdelen heeft onthouden van een oordeel) en één klacht deels gegrond en deels ongegrond. De inspectie had op 31 december 2016 nog één klacht in behandeling.

In 2016 heeft de inspectie zeventien Wob-verzoeken ontvangen. Hiermee lijkt er sprake te zijn van een stabilisatie. Wel zijn de verzoeken die binnenkomen vaak omvangrijker en complexer dan voorheen. De druk op onze beperkte juridische capaciteit is hierbij een aandachtspunt.

De inspectie heeft in 2016 drie verzoeken op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens ontvangen. Het betrof verzoeken tot inzage in de verwerking van persoonsgegevens.

Samenwerking met rijksinspecties

De Inspectieraad

De Inspectie van het Onderwijs werkt met de andere rijksinspecties samen in de Inspectieraad.

Eind 2015 heeft de Inspectieraad de Toezichtagenda 2015 – 2018 vastgesteld. Daarmee wil de Inspectieraad goed toezicht vormgeven in de huidige maatschappelijke context. Belangrijke thema’s zijn signaleren en agenderen, de verankering van de onafhankelijkheid van het toezicht, de samenwerking tussen toezicht en beleid, datagedreven toezicht en gezamenlijke leertrajecten.

In 2016 zijn de ‘Aanwijzingen inzake de rijksinspecties’ in werking getreden. Het gaat om een regeling van de minister-president. De aanwijzingen gaan over de uitoefening van het toezicht door de rijksinspecties: over hun rol, werkwijze en onafhankelijke positionering. De aanwijzingen sluiten aan bij de bestaande situatie voor de Inspectie van het Onderwijs op basis van de Wet op het onderwijstoezicht.

Samenwerkend Toezicht Jeugd en Toezicht Sociaal Domein

De decentralisaties in het sociaal domein vragen een sectoroverstijgende aanpak van de betrokken rijksinspecties. Vanaf 2016 kijken de rijksinspecties onder de naam Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd (TSD/STJ) naar het sociaal domein. Centraal staat de vraag of kwetsbare burgers c.q. kinderen in de praktijk tijdig de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Is de zorg passend en wordt deze waar nodig in samenhang aangeboden? De rijksinspecties bouwen hierbij voort op de ervaring die zij de afgelopen jaren hebben opgedaan binnen het Samenwerkend Toezicht Jeugd (STJ). Het samenwerkend toezicht hecht aan een goede samenwerking met gemeenten en lokale toezichthouders. In 2016 zijn hier de eerste ervaringen mee opgedaan.

Voor de uitvoering van het toezicht maken de betrokken inspecties gebruik van twee toezichtkaders: het toezichtkader Stelseltoezicht Jeugd en het toezichtkader Stelseltoezicht Volwassenen in het Sociaal Domein. De samenwerkende inspecties werken op basis van een eigen gezamenlijk meerjarenprogramma. De bevindingen en rapporten van TSD/STJ zijn openbaar (www.toezichtsociaaldomein.nl).

Internationale samenwerking

Professionalisering en innovatie

De inspectie werkt in Europa samen met andere inspecties. De kennis die we opdoen via deze internationale activiteiten gebruiken we bij de innovatie van ons eigen toezicht. Via internationale uitwisselingen met Angelsaksische inspecties hebben we in 2016 kennis gedeeld over professionele communicatie, indicatoren voor kwaliteit, het meten van onderwijsopbrengsten en het gebruiken van zelfevaluaties. Teams van inspecteurs uit Nederland, Duitsland en België hebben elkaar feedback gegeven over het toezicht en de uitoefening daarvan. Samen met de inspecties van Ierland, Denemarken, Servië, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen hebben we onderzoek gedaan naar het toezicht op inclusief onderwijs.

Academische samenwerking

Sinds 2013 participeert de inspectie in wetenschappelijk onderzoek via drie zogeheten Academische Werkplaatsen (AWP’s). In deze werkplaatsen doen inspecteurs, leraren/schoolleiders en wetenschappers samen onderzoek naar bepaalde thema’s. De inspectie gebruikt de onderzoeksresultaten voor de vernieuwing van het toezicht, de Staat van het Onderwijs en voor thematische toezichtactiviteiten.

Academische Werkplaats Onderwijs

Deze academische werkplaats richt zich op onderzoek naar de kwaliteit van ons onderwijsstelsel. In het bijzonder gaat het om de overgang primair onderwijs naar voortgezet onderwijs, gelijke kansen, de kwaliteit van leraren en passend onderwijs. Meer informatie is te vinden op www.academischewerkplaatsonderwijs.nl.

Academische Werkplaats Sociale opbrengsten

In deze academische werkplaats werken we aan een zelfevaluatie-instrument voor scholen. Ook onderzoeken we welke factoren bepalend zijn voor de kwaliteit van sociale opbrengsten van het onderwijs.

Academische Werkplaats Effecten van gedifferentieerd toezicht

Het onderzoek in deze academische werkplaats richt zich op de beleids­theorie achter het gedifferentieerde toezicht. Door deze samenwerking versterken we de weten­schappelijke basis van (keuzes in) ons toezicht en de vernieuwing ervan.

Behalve in kennis voor de innovatie van het toezicht resulteren de academische werkplaatsen ook in een reeks wetenschappelijke publicaties en publicaties in professionele tijdschrif­ten. Verder dragen ze bij aan professionalisering van inspectie-collega’s via bijzonder hoogleraarschappen van op dit moment twee inspectiemedewerkers en via promotietrajecten. Ten slotte wordt vanuit de academische werkplaatsen in verschillende bijeenkomsten dialoog met het veld georganiseerd.

Draagvlak voor verandering

De inspectie voerde in 2016 driemaal overleg met de zogenaamde Ringen. Dit is het overleg met het ‘georganiseerde onderwijsveld’: vertegenwoordigers van organisaties uit het onderwijsveld en andere betrokkenen. Het Ringenoverleg gaat over wijzigingen in het toezicht en bepaalt mede het draagvlak daarvoor. De werkwijze van de Ringen is in 2015 vastgelegd in een protocol. Dat leidde in 2016 tot grotere openheid over wat er in de gesprekken met de Ringen aan de orde komt en wat er met de uitkomsten gebeurt.

In 2016 ging het in het Ringenoverleg vaak over het vernieuwde toezicht. De deelnemers stemden in met het nieuwe onderzoeks- en waarderingskader dat op 1 augustus 2017 ingaat. Niet alle deelnemers delen het idee van een geaggregeerde eindwaardering ‘goed’, ook niet als dat op basis van vrijwilligheid gestalte krijgt. De deelnemers aan de Ringen hebben aangegeven graag samen verder werken aan een goede implementatie van het vernieuwde toezicht om van de invoering een succes te maken.

Naast de bestaande raadplegingen in het veld hielden we begin 2016 twee internetconsultaties over het concept onderzoeks- en waarderingskader. Daar kwamen ruim honderd reacties op. Deze waren grotendeels positief. Ook hebben we besturen en scholen/opleidingen bezocht aan de hand van de nieuwe aanpak.

Waarborg en deskundig advies

De Raad van Advies ondersteunt de inspectie door te adviseren bij de ontwikkelingen van het toezicht. De Raad heeft de wettelijke taak om de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht (Wet op het onderwijstoezicht).

De Raad van Advies bestond in 2016 uit:

  • mevrouw J. Kriens
  • mevrouw drs. Y. van Sark
  • de heer C. Cornielje
  • de heer prof. dr. P.A.H. van Lieshout
  • de heer prof. dr. J.H.R. van de Poel

Bij de samenstelling van de Raad van Advies wordt rekening gehouden met deskundigheid op het terrein van onderwijs, kwaliteitszorg en toezicht. Met de laatste benoemingen hebben we vooral rekening gehouden met de inbreng van kennis en ervaring op het terrein van jongeren en communicatie.

In 2016 kwamen in het overleg met de Raad van Advies met name de volgende onderwerpen aan de orde:

  • de Staat van het Onderwijs;
  • het Jaarwerkplan 2017;
  • de vernieuwing van het toezicht;
  • financieel toezicht;
  • de rol van de inspectie ten aanzien van burgerschap;
  • de rol en werkwijze van de Raad van Advies.